Categorie archief: Nieuws

Maar zingend, de recensies van de laatste weken

Maar zingendDe oogst van de laatste weken:

  • Prachtige recensie op Cobra.be, door Paul Demets. “Ik vind Mark Boog een van de belangrijkste dichters van deze tijd, omdat hij zelfbevraging en existentiële kwesties in een erg persoonlijk, voor elke mens herkenbaar discours vol twijfels en bedachtzaamheid weet te gieten. En omdat hij de humor niet schuwt.”
  • En een hele mooie op De Contrabas, door Bouke Vlierhuis. “Deze nieuwe bundel is, om het maar even kort samen te vatten, heel erg goed.”
  • De Biblionrecensie, door T. van Deel. “Boog is als dichter niet onderschat, maar hij mag gerust tot de allerbeste en productiefste dichters van nu worden gerekend. Hij heeft zijn eigen dichterlijke toon gevonden en in deze bundel meesterlijk uitgewerkt.”
  • Luuk Gruwez in De Standaard, over het gedicht De dichters. “Er zit veel mysterie in deze verzen, voornamelijk doordat in het ongewisse wordt gelaten welk tuig van de richel de dichters in zijn macht heeft.”
  • Uiterst merkwaardige bespreking in de Poëziekrant (niet online), door Hedwig Speliers. Inclusief korte cursus enjambementgebruik. “Ik zie wat ik zie: de versregels zijn echt, de verdeling in strofen is echt.”
  • Ricco van Nierop op de Recensent: “Maar zingend is een welkome aanvulling op het al rijke oeuvre van Mark Boog. Dankzij de liefde voor het leven, die tussen de ironische en donkere regels door te lezen is. Dankzij de relativering en zelfspot van de dichter zelf.”
  • En Albert Hogeweij, op Literair Nederland, met een goede tip: “Laat deze bundel niet ongelezen!”

1996

MomentlogogrootgzwartMijn allereerste ‘echte’ publicatie: vier gedichten in De Gids van februari 1996. Drie ervan (de vierde vind ik bij nader inzien minder geslaagd) zijn meer dan 17 jaar later verschenen op de nieuwe website Het Moment. Alleen het eerste gedicht, Ongedaan, haalde uiteindelijk mijn debuutbundel. De andere twee zijn voor de ongelukkigen die het bewuste nummer van De Gids oversloegen nu voor het eerst te lezen.

Meer over Maar zingend, en meer

  • Cave-CricketRecensie in Awater, wat mij betreft de mooiste tot nu toe, door Jannah Loontjes. “Al was er beslist sprake van humor in Mark Boogs eerdere werk, Maar zingend is zijn meest ironische en ook meest sprankelende bundel.”
  • Recensie op Meander, door Johan Reijmerink. “Hij heeft met deze nieuwe bundel in gangbare woorden zijn onbegrip over en moeite met het leven wederom aangrijpend verwoord: aan het bestaan valt niet te ontkomen.”
  • Recensie in De Groene Amsterdammer, door Piet Gerbrandy. “Dat een deel van de gedichten de indruk wekt op de automatische piloot te zijn geschreven, laat onverlet dat Boog, mits hij zijn best doet, een krachtig dichter is die niet alleen grossiert in cynische, wanhopige of berustende oneliners, maar ook tegen de klippen op zin probeert te geven aan wat ons ontsnapt.”
  • Interview/recensie in de Boekenkrant, door Roel Weerheijm. “Een bundel die sprankelt en zingt.”
  • Mooi stukje op Ooteoote door Arnoud van Adrichem, als reactie op mijn ‘Stukkie’ over ooghoeklezen
  • Het slot van de boekpresentatie in Perdu:

Over: Maar zingend

  • Cave-CricketIn Vrij Nederland geeft Rob Schouten vier sterren aan Maar zingend. “Waar de vreugde-uitbarsting vandaan komt, weet ik niet, maar ze werkt. (…) een haast maniakaal gejuich (…) Zelden zoiets gehoord.” Niet online.
  • Radio-interview door Jeroen van Kan bij De Avonden, hier terug te luisteren
  • Recensie op CultuurBewust.nl door Maarten Buser, onder de merkwaardige titel Mark Boog etaleert zijn grote trukendoos in Maar zingend. “(…) even hemelbestormend als theatraal. (…) Maar zingend is een prima bundel.

Recensie in Trouw

Maar zingendEen mooie recensie van Maar zingend in Trouw, door Janita Monna. Citaat: ‘Monter geformuleerde poëzie over moeilijke vragen. Boog is directer geworden, z’n zinnen zijn kordater. Zijn poëzie zit stikvol regels die zó op een tegeltje kunnen.‘ Alleen online te lezen voor abonnees van Trouw.

Machinekamers

Maar zingendTot slot een gedicht uit de laatste reeks van Maar zingend, Avondvullende glassoorten. Een uitnodiging voor de boekpresentatie (5 februari in Perdu, Amsterdam) volgt.

MACHINEKAMERS

Trekken wij ons terug in machinekamers,
brommend en zoemend, regelen bestaan.
Geflikker van schermen: het verre onweer
onderdrukte onweer aan de avondlijke einder.

Schuif geld, meubels, aandacht heen en weer:
steeds kleinere, betekenisvolle veranderingen.

Alles hetzelfde! Ooit, ooit bereiken we de staat
van totale bewegingloosheid. Wij zullen mooi,
vermaakt en veilig zijn, eerst uit onze kamers
dan uit onze schermen glimlachend verdwijnen.

Al dat streven

Maar zingendMaar zingend is verschenen, eerder nog dan de beloofde 15 januari! Hieronder een gedicht uit de reeks Als je je nu uitkleedt. Overmorgen volgt nog een gedicht uit de laatste reeks van de bundel.

 

AL DAT STREVEN

Al dat streven – floep,
weg. Je draait je om en streelt
de koude hand die daarom vraagt.
Er komt een nieuwe dag, zoiets zeg je.

Hol en donker draagt de kamer
het vervloekte kamerschap –
het verandert, en dat was ooit een wens.
Hol en donker zijn de ogen van de slapeloze.

Al dat streven! Recht de tere nacht in.
Die de tijd, en van de tijd het duren,
mild beschimpt. Dit? Is dit het?
De bedoeling, bedoel ik?

Nee, niet dit. Je streelt de hand.
Of toch. Je streelt de oude hand.

 

Betreffende de wieg

Maar zingendOp 15 januari verschijnt Maar zingend. Hieronder het tweede gedicht uit Naast iedere wieg, een reeks over kinderen, van geboorte tot adolescentie, en over ouders.

BETREFFENDE DE WIEG

Spookachtig de dunne gordijnen
voor het open raam, verbaasd wapperend.
Iets is doorgelaten. Een deur klappert.

De fee naast de wieg, het beduimelde wetboek
dichtgeslagen in de hand, kent haar tekst
uit het vermoeide hoofd. ‘Alles kan, en zal,

tegen je gebruikt worden. Zwijgen mag,
maar helpt niet.’ Knikt minzaam,
verlaat opgelucht de tochtige ruimte.

Klapperend pas is de deur waarlijk deur.
Het knarsende paar bij de wieg, verloren,
herkauwt de taaie teksten der wet,

vraagt zich af of het ze had moeten kennen.

Onbedaarlijk

Maar zingendOp 15 januari verschijnt Maar zingend. In de reeks met diezelfde naam staat onderstaand gedicht.

 

ONBEDAARLIJK

Ik stond onbedaarlijk te leven toen de avond viel.
Als op zee, de golven schitterden
en alles was hoog en zwart, nauwelijks verlicht.

Er kwam door het leeggelopen luchtruim
– een pijl, een lichtend pictogram –
de gedachte dat alles vals was en opzettelijk.

‘Ontken uw dronkenschap, beschonkene!’ (Luidop.)
Niets lukte, zelfs het mogelijke niet, geen
poging werd ondernomen. Ik stond, onbedaarlijk.

De twijfel

Maar zingendOp 15 januari verschijnt Maar zingend. Hieronder een gedicht uit de reeks Woestijn.

DE TWIJFEL

De twijfel marcheert dit gedicht binnen,
glanzende soldaten die als een vloedgolf
over de heuvels aan komen rollen,
stof opwerpend en fel zonlicht
weerkaatsend. De aarde trilt.

Ga weg, twijfel! En weg is ’ie,
verdwenen zonder een spoor na te laten.
Het land glooit, het gras is oneindig groen,
de blauwe lucht draagt de belofte mee
van een mooie, lange dag. Alsof het zomer is.