Stukkie 27: Gedrag

GEDRAG

Mensen die, om twee over acht ’s ochtends, van alle kanten aan komen rennen naar de bushalte, waar net een bus stopt, die mengeling van verbetenheid en schrik, mooi is dat.

Wat erna komt is ook niet mis. Er zijn twee mogelijkheden. De buschauffeur wacht geduldig tot ook de laatste, hijgend en (net gewassen, schone kleren) al een beetje zwetend, veilig en wel binnen is. Je ziet de verbaasde glimlach doorbreken op de gezichten. De chauffeur wordt bedankt, iedereen straalt, het geloof in het goede van de mens is weer heel even hersteld. Dit wordt een mooie dag.

Of, zoals vandaag, de buschauffeur is zo chagrijnig als een kreupel paard, sluit de deuren en rijdt weg. Lees verder

Stukkie 26: Doei lieverdje van de inhoud

GESUGGEREERD GEDICHT

Op mijn telefoon, zoals op de meeste, staat de functie ‘Voorspellende tekst’ aan. Als ik begin te typen, verschijnen er drie woorden boven het toetsenbord: wat ik eventueel zou kunnen bedoelen te gaan schrijven.

Wat, dacht ik, als ik de suggesties nu eens consequent volg? Ik typ een letter, kies een van de drie woorden die worden aangeraden, kies uit de drie woorden daarna er weer één, enzovoort. Tot ik een fatsoenlijke zin heb, een zo lang mogelijke. Ik stop pas als er niets bruikbaars meer komt.

Herhaling van dit procedé met elke letter van het alfabet leverde het onderstaande gedicht op. Fraai werk, al zeg ik het, eh, zelf.

GEDICHT

Aantal personen die in de toekomst niet zo goed als ik een beetje op de hoogte blijven.
Brand verwoest de laatste tijd veel plezier.
Cadeaus voor de late uurtjes in de buurt van het weekend.
Doei lieverdje van de inhoud. Lees verder

Stukkie 25: Spel- en aanverwante fouten

SPEL- EN AANVERWANTE FOUTEN

Je hebt spelfouten, je hebt typefouten en je hebt ook motorische fouten.

Spelfouten maak ik af en toe. Meestal voel ik wel dat er iets niet klopt, en dan zoek ik het woord even op. Ik zal het Nationaal Dictee niet winnen, maar dat hoeft ook niet.

Typefouten komen veel meer voor. Je drukt net naast de letter die je bedoelt, dat is alles. Ik onderteken een e-mail nog wel eens met ‘Met griet’, bijvoorbeeld. ‘Met grot’ komt ook voor. Het is niet erg. Iedereen weet dat ik bedoelde te groeten. Lees verder

Barbaren

Daar staan we.
Wij barbaren aan hun grens,
zij aan de onze.

Er worden conferenties belegd,
verrassingsaanvallen gepland,
vredesregelingen overwogen.

Soms glipt er een
over hun grens of de onze.
Soms verdwaalt een kogel.

We begraven de doden
onder luid gejammer.
We filosoferen over de aard
en de ligging van de grens,

die zich soms lijkt te vertakken,
een adernetwerk vormt over het land.

Want de wereld moet in brand, de wereld stáát in brand

RotondeFragment uit De rotonde
(tegen het eind van deel 3):

Van Dam is door en door verkleumd. Skelet
van ijs, omhuld door huiver. Maar de regen
wordt steeds minder koud. Eerst lauw, dan warm,
dan brandt het hemelwater zijn gezicht.

Het asfalt stoomt, de akkers dampen, sissend
landt de woeste regen – één blok water –
op de koude grond. Vlak naast Van Dam
een inslag: populier getroffen door

de bliksem die nu ziedend om zich heen slaat.
Want de wereld moet in brand, de wereld
stáát in brand. Van Dam baant zich een weg,
aan één oor doof, verblind door alle chaos.

Hij kent de weg.
Hij kent de weg.
Het dondert en het bliksemt.

Lees verder

Stukkie 24: Piemel

PIEMEL

Het plotseling inburgeren van de kreet ‘Daar moet een piemel in’ heeft ten minste één positief bijeffect: het woord ‘piemel’ is ineens een vrij neutrale term geworden.

De Nederlandse taal had altijd een probleem bij het aanduiden van geslachtsdelen. Woorden met de gevoelswaarde van pakweg ‘arm’ of ‘hand’ of ‘neus’, volkomen neutraal dus, waren er niet.

‘Lul’ en ‘pik’ zijn te grof, ‘penis’ is te wetenschappelijk, ‘geslacht’ tegelijk te afstandelijk en te, hoe zal ik het zeggen, vlezig.
Lees verder

Open land, gesloten geest

RotondeFragment uit De rotonde
(het slot van deel 2):

Hier is niemand welkom. Open land,
gesloten geest. Een vreemdeling stuit maar
op weinig weerstand, waadt door nevelen
en leegte, staat dan buiten. Zachte dwang.

Drooggelegd moeras van argwaan. Vrijheid
schuilt in onopvallendheid, fluistert
de wind. Een kil betoog, een ijl verweer.
Dit stugge land waar geen beweging is

beklemt Van Dam ineens met grote kracht.
Hij durft niet op te staan maar in hem fladdert
ongeduldig, vogel in een kooi, zijn ziel.
Het kruispunt wacht. Het tijdstip naakt.

Hij ziet het land.
Hij buigt het hoofd.
Het onweert in de verte.