Stukkie 4: De geneugten van de ochtendspits

DE GENEUGTEN VAN DE OCHTENDSPITS

Geen beter begin van de werkdag dan een korte excursie door de ochtendspits. Zie de mens in zijn natuurlijke habitat.

Ik breng een kind naar school. Het is druk. We fietsen driekwart van een rotonde, en we doen dat netjes, want verkeersregels overtreden, dat doe je alleen als de kinderen er niet bij zijn. We geven dus richting aan als we de rotonde willen verlaten, niet eerder.

Een auto, die ons één afslag eerder voor had moeten laten gaan, remt krachtig af, midden op de weg. Een vrouw laat haar raampje zakken en begint te schreeuwen. Of ik mijn hand niet kan uitsteken, dat alle fietsers denken dat ze alleen op de wereld zijn, een fraaie reeks scheldwoorden tot besluit. Mijn zoon vindt dat we moeten afstappen om haar vriendelijk uit te leggen hoe de regels betreffende rotondes zijn, maar ik wil haar stemming niet bederven. We rijden door.

Soms gaan we te voet, dat is ook leuk. Een zebrapad, een auto stopt met zichtbare tegenzin. Mijn zoon, twaalf jaar, steekt zijn hand op om te bedanken terwijl hij oversteekt. Achter de voorruit ontstaat grote woede – het bedankje wordt kennelijk opgevat als een stopteken, en wat denkt zo’n snotneus wel, en… Een middelvinger wordt opgestoken, het hoofd van een man, keurig in het pak, loopt rood aan, we zien hem vloeken, speeksel vliegt tegen de ruit.

Op de terugweg kom ik laatkomers tegen: een moeder met twee kinderen. ‘Loop verdomme toch eens door!’ ‘Geen sneeuwballen!’ ‘Nog één keer en je krijgt een knal voor je kop!’ ‘Toch doorgaan hè? Toch doorgaan?’ De knal volgt natuurlijk niet, niet in het openbaar. Moeder en kroost vervolgen moeizaam hun doornige pad richting school.

In de kantoren, intussen, schuift iedereen net achter zijn computer. Het is prachtig om te zien. Eén van de mysteriën van deze tijd, vlak voor mijn neus, elke dag.

Want de bakker bakt brood, de monteur repareert voertuigen, de onderwijzer onderwijst, dat begrijp ik allemaal – maar wat er op kantoor gebeurt is een groot raadsel.

Leuk kan het niet zijn, dat is het enige wat zeker is: alle koppen staan op onweer. Die ene uitzondering, de olijkerd die in elke groep aanwezig schijnt te moeten zijn, de joviale, altijd snordragende oom die al moppen spuiend binnenkomt en de rest van de dag zijn mond niet meer houdt, maakt het humeur van de anderen alleen nog maar slechter.

Tot slot laat ik de hond uit, en constateer tevreden dat iedereen die de deur niet uithoefde inmiddels netjes voor de tv zit. Het bleke licht kaatst teder heen en weer tussen de schermen en de gezichten.

Handenwrijvend kom ik thuis. Nog steeds is alles goed, zoals het moet zijn. Aan het werk!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s