Stukkie 5: Week van de Poëzie

WEEK VAN DE POËZIE

Voor wie onbevredigd uit de Maand van de Spiritualiteit is gekomen: het is de Week van de Poëzie.

Ik sla, op zoek naar de definitie, want ik weet het even niet meer, de Dikke Van Dale open bij ‘poederschurft’ – een mooi begin.

Het lemma zelf is minder opmerkelijk:
1. kunst van het dichten
2. de kunstvorm of uiting van het dichten
3. dichterlijk gevoel
4. dichterlijke bekoring
5. de gedichten, verzen van een dichter
6. (vaak, min of meer schertsend, uitgesproken als poessie) poëziealbum

Bijbehorende bijvoeglijke naamwoorden: poëtisch, of ook wel: poezelig.

En volgens Harry Mulisch, leer ik uit een van de bijgeleverde citaten, is poëzie ‘de gouden tong van het zwijgen’. Een lichte misselijkheid maakt zich van me meester.

Wat weten we dan wel?

Bijvoorbeeld – iedereen die wel eens bij een literaire avond is geweest kan het beamen – dat er twee belangrijke soorten poëzie zijn:

  1. de dichter doet zijn of haar Belangrijke, Experimentele Ding, en verwacht van u, lezer, publiek, in ruil Eerbied en Bewondering
  2. de dichter vertelt u wat u al weet, op manieren die u al kent, en dat u dan aan het eind ontroerd zucht of gretig lacht

Beide verschijningsvormen hebben hun charmes.

Woordgrappen worden in het algemeen niet tot de poëzie gerekend. ‘Ik word week van de poëzie’, dat mag niet, dat moet meteen geschrapt. Want schrappen is wél goed, wordt zelfs beschouwd als een van de belangrijkste vaardigheden van het ambacht. Van de beste dichters lezen we nooit iets.

Gelukkig leeft de angst voor de poëzie nog volop: maar weinigen durven het aan een gedicht ter hand te nemen, en iemand als koningin Beatrix, toch voor geen kleintje vervaard, probeerde uit alle macht een moment te kiezen tússen Dichters des Vaderlands – de oude al weg, de nieuwe nog niet aangewezen – om af te treden. Dat scheelt een gedicht, dacht ze, en een gedicht is riskant, want je weet maar nooit wat er instaat, zelfs niet nadat je het gelezen hebt.

Ze kreeg het deksel op de neus: de vertrekkende Dichter des Vaderlands sloeg alsnog toe. En gelijk had hij: met dichters valt niet te spotten.

Tot slot de mooiste definitie van poëzie die ik tegenkwam. In het Woordenboek der Nederlandsche Taal staat dit citaat, van Chomel (die ik verder, moet ik toegeven, niet ken): De naauwkeurigste en meest bevattende beschryving der Poëzy is, myns oirdeels, deeze; ”dat zy is de taal der drift (…)”.

Poëzie is de taal der drift. Of iemand dat even aan Van Dale kan doorgeven.

Advertenties

7 Reacties op “Stukkie 5: Week van de Poëzie

  1. Nu nog even een onderscheid tussen poëzie en dichtkunst.
    De “taal der drift” zoals gemunt door de heer Chocomel is op hedendaagse “poëzie” nauwelijks van toepassing. Willekeurig in stukken gehakte wijsneuzerig vage en vooral quasi-intellectuele woordbreisels, bijeengeharkt in een “dichtbundel” van 18 pagina’s. De enig ware Dichter des Vaderlands is degene die “Waar de Blanke top der duinen” van een meer contemporain gekleurde zonnegloed zal gaan voorzien.

  2. Nou, maar toch: leve de onbegrijpelijkheid. Iedereen moet altijd, van kinds af aan, net boven zijn stand lezen.

  3. Mark, ik hoop dat je dat van die beste dichters niet op jezelf betrekt!
    Ben het verder ook wel eens met Chomel, .
    Dat onbegrijpelijke ben ik nog niet uit: als onbegrijpelijk staat voor het oplossen van een persoonlijke maniëristische rebus, volg ik Huub en ben vervolgens niet zo blij met het vele dichten dat over ons wordt uitgestort.
    Als het out of the ordinary is, ben ik erg voor. (Kees Ouwens om er maar een te noemen).
    Boven je stand lezen: is dat moeite doen?
    En tijdperkloos lezen toch ook?

    • Ik bedoel eigenlijk: je moet dingen lezen die je net niet begrijpt, dat is waar de tovenarij zit. Kees Ouwens bijvoorbeeld, die ik tot mijn favoriete dichters reken. Begrijp je er in de verste verte niets van, dan heb je er weinig aan en erger je je alleen maar, snap je het volkomen en zonder enige moeite, dan wist je het al.

  4. Begrijpen in de vorm van vermoeden? Ahnung dus (sorry, maar ik moet er de Romantiek bij slepen) Zielsverwantschap?
    Tovenarij inderdaad, met de nodige (al)chemie…

  5. Begrijpen wordt dan vermoeden, inderdaad, dat is mooi gezegd. En vermoeden is veel rijker, veel verwachtingsvoller.

  6. Wij cirkelen om eenzelfde zon…
    Das mooi, ik blijf in je baan.

    De taal der drift is goed onder dak bij Hendrik de Vries.
    Het begin van Goyescos:

    DE magische dichter, minnaar
    Van ’s levens innigste geuren
    Herschept geheim zielsgebeuren,
    Voelt hartstocht als maalstroom sleuren,
    Mengt juichen, woeden en treuren.
    Hier zoeker met moeizaam speuren,
    Daar feestvierend overwinnaar.

    RECHTSTREEKS, de taal van het gevoel.
    (etc)

    Kan den heer (?) Chomel verder niet traceren – of is het citaat in het WNscheT. uit het omvangrijke Huishoudelyk woordboek?1743 – bij DBNL te vinden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s