Stukkie 19: Ja, sorry, ook over Zwarte Piet

JA, SORRY, OOK OVER ZWARTE PIET

Nou, goed dan, over Zwarte Piet, omdat er zo ongelooflijk slordig over geruzied wordt.

De ene partij roept dat het verschijnsel Zwarte Piet racistisch is. De andere partij is boos, want die wordt daarmee indirect van racisme beschuldigd.

Die boosheid is begrijpelijk: niemand bedoelt met Zwarte Piet een zwarte man af te beelden, beledigend of anderszins. Het is, inderdaad, traditie, en Zwarte Piet heeft in de loop der jaren alle betekenis verloren, is alleen nog maar Zwarte Piet.

Maar de oorsprong van het verschijnsel is onmiskenbaar wél racistisch, en de indruk die het maakt kan ook onprettig zijn. Ik, zelf nauwelijks neger, bekijk het tafereel elk jaar al met enigszins gekromde tenen.

Ik kan me ook goed voorstellen – ik weet eigenlijk wel zeker dat het zo is – dat donkere kinderen rond Sinterklaastijd heel wat pesterijen te verduren krijgen, en dat dat, hoe onschuldig die grapjes in feite ook mogen zijn, bijzonder vervelend is. Dat laatste alleen al zou genoeg moeten zijn om er iets aan te doen.

De ene partij, kortom, mikt op het verkeerde, namelijk op racisme dat er (in dit geval) niet is, terwijl de andere partij wel erg gemakkelijk voorbijgaat aan de indruk die hun onschuldige feestje maakt en aan de gevolgen ervan.

(Zie bijvoorbeeld ook de gegeneerde of zelfs ronduit verontwaardigde reacties die Zwarte Piet in het buitenland oproept. Wie ook maar één stap achteruit zet om eens goed te kijken, zou zich moeten kunnen voorstellen hoe ons jaarlijkse feestje overkomt op buitenstaanders, om zich vervolgens enkele voor de hand liggende vragen te stellen.)

Het onaangenaamste is nog de manier waarop de discussie op veel plaatsen ontspoort.

Verdedigers van het feest bezondigen zich van de weeromstuit ineens toch aan allerlei racistische uitingen – het aantal zeer bedenkelijke tweets en reacties is niet te tellen. De slogans en plaatjes met teksten als Handen af van onze tradities vliegen over het internet.

Dat ‘onze’, dat is nogal akelig. Alsof ‘we’ van buitenaf aangevallen worden. Deze reacties op de discussie, waarin de jodenkoeken en de negerzoenen en de moorkoppen – terecht of niet – voor het gemak maar op dezelfde hoop worden geveegd, bewijzen in zekere zin het gelijk van de klagers.

Voor Zwarte Piet is wel een oplossing te bedenken, lijkt me. Een ander kleurtje bijvoorbeeld. Wat maakt dat in vredesnaam uit, als er inderdaad, zoals steeds krachtig benadrukt wordt, geen zwarte knecht wordt uitgebeeld?

Het gaat hier om een traditie die, zoals de meeste tradities, al meermaals van gedaante is veranderd. Over een paar jaar is de nieuwe Piet net zo geliefd en vertrouwd als de oude nu is.

Advertenties

9 Reacties op “Stukkie 19: Ja, sorry, ook over Zwarte Piet

  1. Als je aftrapt met de mededeling dat je je stukje schrijft omdat er zo slordig wordt geruzied over Zwarte Piet, dan is je niet onderbouwde stelling even verderop dat de oorsprong van het verschijnsel Zwarte Piet ‘onmiskenbaar wél racistisch’ is nogal boud. Tenzij je je hier beroept op ironie, vanzelfsprekend ;)

    • Ha, ja, daar pak je precies het woord waar ik het langst over getwijfeld heb. Eerst stond daar ‘waarschijnlijk’, maar dat vond ik te slap – een beetje laf zelfs. Misschien is ‘onmiskenbaar’ te sterk, maar aan de andere kant: het is nog wel een paar nuances verwijderd van ‘zeker’. Volgens Van Dale betekent het ‘duidelijk waarneembaar’, en dat vind ik eigenlijk precies goed: het verschijnsel Zwarte Piet ís misschien niet racistisch, maar het ziet er wel zo uit.

  2. Maar ‘onmiskenbaar’ slaat in je stukje toch op ‘de oorsprong’ en niet op de indruk die het verschijnsel maakt?

    • Ja, de oorsprong moet haast wel racistisch zijn (dat van die schoorstenen en het roet is natuurlijk onzin), misschien op een manier die we pas nu als zodanig herkennen. Dat racisme zit er nu niet meer in, maar het maakt nog altijd wel, zeker op buitenstaanders, die indruk. En als ‘onmiskenbaar’ betekent: ‘duidelijk waarneembaar’, dan zegt dat wat over de waarneming. De al dan niet racistische bedoeling (vroeger, want nu is die er zeker niet meer) is dan van minder belang.

      • Uiteindelijk komt het inderdaad allemaal neer op waarneming en resteert eigenlijk alleen het argument van de gekrenktheid. We zullen er alles aan moeten doen om mensen tegemoet te komen in hun aanspraken op het recht om niet gekrenkt te worden. Ik voorzie een stralende toekomst voor de gekrenkten.

      • Er zijn veel aanstellers, veel snelgekwetsten, er is veel leed dat geen leed is – maar daaruit de conclusie trekken dat iederéén (correctie: ieder ander, want zelf, ach, ik heb het best zwaar, dat begrijp je) een aansteller is, die zich eens moet vermannen en vooral niet zo moet klagen, is veel te gemakkelijk. Het is niet het een of het ander, dat is het bijna nooit.
        Waarmee we terug zijn bij de strekking van mijn stukkie: iedereen verliest steeds alle nuance uit het oog, want nuance bekt niet lekker. Het resultaat is een onthutsend leeg plein met aan weerszijden groepen schreeuwers. Het waait hard, niemand hoort wat de overkant roept. Gelukkig hebben we middelvingers, die kunnen we opsteken.

  3. Dat iedereen een aansteller is, is niet mijn conclusie. We worden allen met enige regelmaat gekrenkt of voelen dat in ieder geval oprecht zo. Mijn punt is dat gekrenktheid een bijzonder wankel criterium is voor de ander om een boek niet te schrijven, een grap niet te maken, een voorstelling af te gelasten, een feestje niet te vieren. Je gekrenkt voelen is vervelend, maar het is toch vooral een particuliere emotie. Jij vertaalt dat als ‘verman je’. Dat kun je ook opvatten als een bemoediging, lijkt me, mits niet vergezeld van een opgestoken middelvinger.

    • Ik zou dat in de meeste gevallen met je eens zijn, maar ik vind dit net wat anders – al is het maar omdat er eigenlijk helemaal geen sprake is van krenking, in elk geval niet van welbewuste. Beide partijen weten dat de bedóeling niet kwetsend is. In wezen vind ik het dan ook helemaal niet zo’n belangrijke kwestie. Wel vind ik het storend, en in sommige gevallen zelfs stuitend, hoe men reageert op toch vrij redelijke – of je het er nu mee eens bent of niet – kritiek.

      En ‘verman je’ is een uitstekende aansporing, die elke ouder zijn kind met regelmaat toevoegt, maar moet wel gepaard gaan met een ferm ‘en hou jij eens een beetje rekening met anderen’ in de andere richting.

      Maar ik blijf erbij: als dit feestje ervoor zorgt dat er kinderen gepest worden op school, en een kleine ingreep als een andere kleur schmink is voldoende om dat op te lossen, dan ligt de conclusie toch voor de hand?

  4. Het is niet de kleur die in dit geval het probleem is. Kleur zou helemaal geen probleem moeten zijn. En Piet is niet de aanleiding tot pesten. Dit is alleen maar 1 van de mogelijke en zeker vreselijke uitspraken die gezegd worden. Wanneer de kleur veranderd van de Piet,stopt het pesten echt niet.. Ik verwacht dat er gewoon naar een andere benaming wordt gezocht. Volgens mij is het juist beter om de mensen aan te spreken die andere tot zwarte piet benomen. Zijn zij misschien Sinterklaas? Maar wat mij betreft zijn ze zeker niet de baas. En daarom vind ik ook niet dat een traditie zou moeten veranderen om een paar idooten die normale mensen willen krenken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s